Woonwinkel Poperinge Woonwinkel Poperinge
U bent hier: Home>Beleid>Ontstaan van de woonwinkel

Ontstaan van de woonwinkel

Wat ligt er aan de basis van de oprichting van de IGSW Heuvelland Poperinge Vleteren ?

In december 2008 lanceerde minister Keulen een open oproep voor het indienen van subsidieaanvragen voor intergemeentelijke projecten lokaal woonbeleid in 2009.  De gemeente Heuvelland, de stad Poperinge en de gemeente Vleteren sloegen hierop de handen in elkaar om een projectdossier op te maken in samenwerking met de gebiedsgerichte werking van de provincie.  Minister Keulen besliste op 29 mei 2009 om een subsidie toe te kennen aan de 10 hoogst gerangschikte projecten, waaronder het project “Intergemeentelijke samenwerking wonen Heuvelland-Poperinge-Vleteren”.  De provincie keurde begin juli 2009 eveneens de projectaanvraag van de IGSW Heuvelland-Poperinge-Vleteren goed in het kader van het provinciaal subsidiereglement voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden omtrent wonen.  De provincie en het Vlaams Gewest financieren het project voor 75%.  De overige 25% financieren de gemeenten zelf in verhouding tot het aantal inwoners.

De aanleiding voor de drie gemeenten om een intergemeentelijke samenwerking rond wonen op te starten bestaat uit een viertal elementen.

  1. De kwaliteit van woningen in de regio is in vergelijking met de rest van de provincie en Vlaanderen lager.  Een belangrijk aandeel van de woningen is gebouwd voor 1945 en bovendien beschikken vele woningen, volgens de sociaal economische enquête van 2001, niet over het nodige basiscomfort.
  2. Het aandeel sociale huurwoningen ligt in de regio lager dan het gemiddelde in de provincie.  Uit de wachtlijsten bij de verschillende huisvestingsmaatschappijen stellen we vast dat het aanbod te klein is.
  3. Hoewel het moeilijk is om kwetsbare groepen in beeld te brengen, stellen de drie gemeenten, op basis van een aantal indicatoren, vast dat er procentueel een hogere aanwezigheid van kwetsbare groepen is in vergelijking met het regiogemiddelde en de provinciale score.  We denken hierbij aan senioren, huurders, alleenstaande ouders, mensen met een zwakke sociaal-economische positie.
  4. De financiële mogelijkheden van landelijke gemeenten zijn beperkter door de lagere opbrengst van de personenbelasting en onroerende voorheffing.  De bevolking is minder kapitaalkrachtig en de waarde van de eigendommen is lager.  Dit heeft zijn effect op de financiële draagkracht en de mogelijkheden om gespecialiseerd personeel in te zetten voor bijvoorbeeld huisvesting.

Bovenop deze elementen bezet het lokaal bestuur beleidsmatig een sleutelpositie en duidt Vlaamse wooncode de gemeente aan als regisseur voor het woonbeleid. Dezelfde Vlaamse wooncode reikt ook de instrumenten aan om verder werk te maken van woonbeleid. Gemeenten kunnen zelf woningen op hun kwaliteit beoordelen en ingrijpen daar waar nodig via sanctionerende maatregelen. Leegstand en verwaarlozing kunnen belast worden.

 
Heuvelland Heuvelland Heuvelland Ocmw Poperinge

Op deze pagina